🇳🇱
de普通名词

单数形式

Het woord 'seizoen' verwijst naar een periode van het jaar.

定冠词 (de/het)
het seizoen
"Het seizoen begint in maart."
不定冠词 (een)
een seizoen
"Een seizoen duurt meestal drie maanden."
无冠词
seizoen
"Seizoen is belangrijk voor planten."

复数形式

De meervoudsvorm is 'seizoenen' en wordt gebruikt voor meerdere tijdsperiodes.

定冠词 (de)
de seizoenen
"De seizoenen zijn lente, zomer, herfst en winter."
无冠词
seizoenen
"Seizoenen komen en gaan."

小称形式

seizoentje
"Een klein seizoen kan leuk zijn."

Diminutief gebruikt om iets schattigs of kleins aan te geven.

informeel

常见复合词

  • seizoensgebonden

    "Seizoensgebonden producten zijn vaak vers."

    gebonden aan een specifiek seizoen

  • seizoensarbeid

    "Seizoensarbeid is populair in de landbouw."

    werk dat alleen in bepaalde seizoenen is

常见词组搭配

  • het seizoen voor (iets)

    "Het seizoen voor aardbeien begint in juni."

    Een uitdrukking die aangeeft wanneer iets in het seizoen is.

  • seizoenkaart

    "Ik heb een seizoenkaart voor het theater."

    Een kaart voor toegang gedurende een heel seizoen.

重要说明

  • countability:Seizoen is een telbaar zelfstandig naamwoord.
  • usage:Het woord wordt vaak gebruikt in verband met activiteiten, zoals vakantie of planten.
  • register:Informeel gebruik is meer gebruikelijk in dagelijkse gesprekken.

我构建这部词典,旨在打造同类中最完整的荷兰语学习资源。定义和例句由 AI 生成,因此您可能偶尔会发现错误——请相信您的直觉。