NEDERLANDS
🇨🇳

Shoppen

动词A2

助动词

hebben

Dit is een werkwoord met betrekking tot het doen van boodschappen of het kopen van goederen.

'Shoppen' heeft een informele connotatie en verwijst vaak naar plezier in het winkelen.

Infinitief

Tegenwoordig deelwoord

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij

  • zij / ze

  • het

  • wij / we

  • jullie

Verleden tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij

  • zij / ze

  • het

  • wij / we

  • jullie

Voltooid deelwoord

Aanvoegende wijs

Gebiedende wijs

例句

  • Ik ben van plan om dit weekend te shoppen met mijn vrienden.

    tegenwoordige tijd, indicatief

  • Hij heeft een nieuwe outfit geshopt voor het feest.

    voltooid deelwoord, indicatief

  • Shop alsjeblieft niet te veel!

    gebiedende wijs, imperatief

我构建这部词典,旨在打造同类中最完整的荷兰语学习资源。定义和例句由 AI 生成,因此您可能偶尔会发现错误——请相信您的直觉。