Stamde
destam
普通名词deel van boom
- deel van een boom dat de takken draagtDe stam van de boom is stevig.
- groep mensen met dezelfde afkomst of cultuurDeze stam heeft een rijke geschiedenis.
- vorm van een werkwoord zonder uitgangDe stam van het werkwoord 'eten' is 'eet'.
stammen
动词afkomstig zijn van
- afkomstig zijn van een bepaalde plaats, groep of tijdDit woord stamt uit het Latijn.
- in een stamcursus of taalcursus een basisniveau lerenIk stam nu al drie maanden Nederlands.
destam
普通名词volksgroep
- deel van een boom dat de takken draagtDe stam van de boom is stevig.
- groep mensen met dezelfde afkomst of cultuurDe stam viert elk jaar een groot feest.
- vorm van een werkwoord zonder uitgangDe stam van het werkwoord 'eten' is 'eet'.
- vaste groep mensen die regelmatig samenkomtOnze stam is erg hecht.