(wonen tijdens de studie)
Ik woon in een studentenhuis met zes huisgenoten.
Het studentenhuis heeft een gedeelde keuken en badkamer.
Een studentenhuis is vaak goedkoper dan een eigen appartement.
Toen ik ging studeren, trok ik in een studentenhuis in Utrecht.
In de Kerkstraat staan veel oude studentenhuizen.
Welke zin inspireerde dit schilderij?
(over huisgenoten praten)
Ons hele studentenhuis gaat dit weekend naar een festival.
Het studentenhuis kookt elke donderdag samen.
Het hele studentenhuis heeft gisteren een feestje gegeven.
我构建这部词典,旨在打造同类中最完整的荷兰语学习资源。定义和例句由 AI 生成,因此您可能偶尔会发现错误——请相信您的直觉。