(Een apparaat of voorwerp dat niet meer functioneert.)
Mijn telefoon is stuk, ik kan hem niet meer gebruiken.
De wasmachine is gisteren stuk gegaan.
De lift in ons gebouw is al een week stuk.
Pas op, die stoel is stuk!
Welke zin inspireerde dit schilderij?
(Zich fysiek of emotioneel uitgeput voelen.)
Na die lange werkdag ben ik helemaal stuk.
Ze was stuk van verdriet toen haar hond overleed.
Ik ben helemaal stuk na die marathon.
我构建这部词典,旨在打造同类中最完整的荷兰语学习资源。定义和例句由 AI 生成,因此您可能偶尔会发现错误——请相信您的直觉。