(ruzie of irritatie over het gedrag van een vrouw)
Wat een trut is die nieuwe collega, ze doet echt tegen iedereen lelijk.
Noem me nog een keer een trut en ik ben weg.
Die trut heeft weer de hele ochtend zitten roddelen over mij.
Ik vond haar vroeger een enorme trut, maar nu kunnen we het goed vinden.
Welke zin inspireerde dit schilderij?
(iemand plagen omdat ze niet mee wil doen)
Doe niet zo'n trut en ga gewoon mee dansen.
Ze vindt zichzelf een trut omdat ze zondags liever thuisblijft.
Wees geen trut, kom gezellig mee naar het feest.
Ze had zich als een echte trut gedragen op de bruiloft door niemand aan te spreken.
我构建这部词典,旨在打造同类中最完整的荷兰语学习资源。定义和例句由 AI 生成,因此您可能偶尔会发现错误——请相信您的直觉。