(tellen, tijd of hoeveelheden aangeven)
Het is nu twaalf uur, tijd voor de lunch.
Er zitten twaalf maanden in een jaar.
Neem twaalf stappen naar voren!
Het aantal, oftewel twaalf, staat op het bord.
De les duurt twaalf minuten.
Het kind kan al tot twaalf tellen, en dat is knap voor zijn leeftijd.
We hebben twaalf nieuwe leden in onze club verwelkomd.
Toen de klok twaalf sloeg, wist ik dat het tijd was om naar bed te gaan.
Ik heb twaalf appels gekocht.
De docent gaf ons twaalf opdrachten voor het weekend.
Over twaalf dagen is het Kerstmis.
Ik drink elke dag twaalf glazen water.
Er zitten twaalf eieren in een dozijn.
De twaalfde editie van het festival was een groot succes.
Gisteren was het twaalf graden buiten.
Het is nu twaalf uur, het is tijd om de klokken te luiden.
Hebben we nog twaalf stoelen nodig voor het feest?
我构建这部词典,旨在打造同类中最完整的荷兰语学习资源。定义和例句由 AI 生成,因此您可能偶尔会发现错误——请相信您的直觉。