(tellen, tijd, leeftijd of hoeveelheden aangeven)
Er zitten twaalf maanden in een jaar.
Het is nu vijf voor twaalf, we moeten opschieten.
Er zijn twaalf kinderen in de klas, en ze zijn allemaal erg enthousiast.
Tijdens het feestje waren er twaalf gasten aanwezig.
Het doet twaalf uur om van Amsterdam naar Parijs te rijden.
De twaalfde editie van het festival was een groot succes.
Toen ik twaalf jaar werd, kreeg ik een fiets van mijn ouders.
Tel tot twaalf voordat je begint.
De klok slaat twaalf keer om middernacht.
Er zitten twaalf eieren in een dozijn.
Over twaalf dagen begint de zomervakantie.
Heb je twaalf euro voor de bioscoopkaartjes?
Gisteren vierden we haar twaalfde verjaardag.
Ik drink elke dag twaalf glazen water.
Ik heb twaalf appels gekocht.
De les duurt precies twaalf minuten.
Het aantal, oftewel twaalf stuks, was precies genoeg.
我构建这部词典,旨在打造同类中最完整的荷兰语学习资源。定义和例句由 AI 生成,因此您可能偶尔会发现错误——请相信您的直觉。