(twee mensen wonen samen en vormen een gezin of stel)
Sinds vorig jaar vormen zij een tweepersoonshuishouden.
De belastingvoordelen voor een tweepersoonshuishouden zijn gunstiger.
In dit tweepersoonshuishouden doen beide partners het huishouden samen.
Voor hun werk verhuizen ze vaak, maar ze blijven altijd een tweepersoonshuishouden.
Omdat zij een tweepersoonshuishouden vormen, kunnen ze de huur gemakkelijker delen.
Dit stel vormt een tweepersoonsgezin, hoewel ze niet getrouwd zijn.
Ze vormen een tweepersoonshuishouden, maar ze hebben geen kinderen.
Is jullie huishouden een tweepersoonshuishouden?
Ze zijn al jaren een tweepersoonshuishouden en delen alles fifty-fifty.
In ons tweepersoonshuishouden koken we om de beurt.
In een tweepersoonsrelatie is het belangrijk om taken eerlijk te verdelen.
Zorg ervoor dat jullie als tweepersoonshuishouden goed communiceren over de financiën.
Vroeger was het een eenpersoonshuishouden, maar nu is het een tweepersoonshuishouden.
Tijdens de feestdagen nodigen we familie uit, ook al zijn we maar een tweepersoonshuishouden.
Als we gaan samenwonen, wordt het een tweepersoonshuishouden.
Dit tweepersoonshuishouden bestaat uit twee vrienden die samen een appartement huren.
Een tweepersoonshuishouden heeft vaak lagere kosten dan een eenpersoonshuishouden.
我构建这部词典,旨在打造同类中最完整的荷兰语学习资源。定义和例句由 AI 生成,因此您可能偶尔会发现错误——请相信您的直觉。