Hij wil alles uiten wat hem dwarszit.
De uitende spreker boeide het publiek.
Het uitende geluid was moeilijk te negeren.
Het uitend geluid van de auto was luid.
De uitende artiest wordt binnenkort verwacht.
ik
Ik uitte mijn mening tijdens de bijeenkomst.
jij / je
Jij uitte je gevoelens openhartig.
u
U uitte uw zorgen in het gesprek.
hij
Hij uitte zijn dankbaarheid in een brief.
zij / ze
Zij uitte haar frustratie tegen haar vriend.
het
Het uitte een krachtig signaal met zijn actie.
wij / we
Wij uitten onze ideëen in de groep.
jullie
Jullie uitten jullie mening helder en duidelijk.
Zij uitten hun zorgen tijdens de vergadering.
De ideeën zijn geuit in deze presentatie.
Uit wat je voelt en denk niet na!
Ik wens dat jij je gevoelens uite.
我构建这部词典,旨在打造同类中最完整的荷兰语学习资源。定义和例句由 AI 生成,因此您可能偶尔会发现错误——请相信您的直觉。