NEDERLANDS
🇨🇳

Uitstellen

动词

助动词

hebben

regelmatig werkwoord (met scheidbaar voorvoegsel 'uit')

Het werkwoord 'uitstellen' betekent het verplaatsen van een actie of gebeurtenis naar een later tijdstip. Het kan zowel neutraal als negatief gebruikt worden, afhankelijk van de context.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we

  • jullie

Verleden tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we

  • jullie

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie

Gebiedende wijs

  • jij / je, u, jullie

例句

  • Ik stel mijn huiswerk uit omdat ik moe ben.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Wij hebben de reis uitgesteld vanwege het slechte weer.

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Stel je beslissing niet uit!

    tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

  • Hoewel hij het uitstelt, moet hij het werk toch doen.

    tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs

我构建这部词典,旨在打造同类中最完整的荷兰语学习资源。定义和例句由 AI 生成,因此您可能偶尔会发现错误——请相信您的直觉。