(iemand wordt belachelijk gemaakt door anderen)
De kinderen lachten de jongen uit omdat hij viel.
Hij schaamde zich toen ze hem uitlachten om zijn accent.
Ze lachten de nieuwe leerling uit omdat hij de vraag niet begreep.
Toen hij struikelde over zijn eigen woorden, begonnen de anderen hem uit te lachen, wat hem erg verdrietig maakte.
Lach je me nu uit?
Als je zo doorgaat, zullen ze je uitlachen.
Thuis lacht mijn broer me vaak uit om mijn kookkunsten.
Laat je niet uitlachen!
Ik lach haar nooit uit, ook al zegt ze soms rare dingen.
Hij lacht me altijd uit als ik zing.
Ze lachen hem uit omdat hij een fout maakte.
Tijdens de presentatie lachte de klas de spreker uit omdat hij zenuwachtig was.
Het gepest begon toen ze hem begonnen uit te lachen.
Hij voelde zich voor schut staan toen ze hem uitlachten.
Hij lachte haar uit, en dat deed haar pijn.
Op het feestje lachten zijn vrienden hem uit om zijn dansmoves.
Ze bespotten hem omdat hij de verkeerde schoenen droeg.
我构建这部词典,旨在打造同类中最完整的荷兰语学习资源。定义和例句由 AI 生成,因此您可能偶尔会发现错误——请相信您的直觉。