NEDERLANDS
🇨🇳

Uitlaten

动词A1

助动词

hebben

scheidbaar werkwoord, regelmatig in de tegenwoordige tijd, onregelmatig in de verleden tijd

Het werkwoord 'uitlaten' wordt vaak gebruikt in de context van huisdieren, met name honden, maar kan ook figuurlijk gebruikt worden, bijvoorbeeld: 'iemand uitlaten' (iemand begeleiden of wegbrengen).

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we

  • jullie

  • zij / ze

  • hij

Gebiedende wijs

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Verleden tijd

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

  • hij

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

例句

  • Ik laat mijn hond elke dag om acht uur uit.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Heb je de hond al uitgelaten?

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Laat de hond uit voordat je gaat werken!

    tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

  • Toen ik klein was, liet mijn vader de hond altijd uit.

    verleden tijd, aantonende wijs

我构建这部词典,旨在打造同类中最完整的荷兰语学习资源。定义和例句由 AI 生成,因此您可能偶尔会发现错误——请相信您的直觉。