🇳🇱

Uitstippelen

助动词

hebben

Scheidbaar werkwoord, regelmatig (met uitzondering van de verleden tijd, die zowel scheidbaar als onscheidbaar kan voorkomen).

Het werkwoord 'uitstippelen' betekent het zorgvuldig plannen of vastleggen van stappen, routes of strategieën. Het wordt vaak gebruikt in contexten waarin structuur en voorbereiding belangrijk zijn.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we

  • jullie

  • zij / ze

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we

  • jullie

  • zij / ze

Verleden tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we

  • jullie

  • zij / ze

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we

  • jullie

  • zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we

  • jullie

  • zij / ze

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we

  • jullie

  • zij / ze

Gebiedende wijs

  • jij / je

  • u

  • jullie

例句

  • Ik stippel elke week een nieuwe wandelroute uit.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Wij hebben samen een plan voor het project uitgestippeld.

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Stippel jij de route voor onze fietstocht uit?

    tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

  • Als zij de stappen uitstippelen, zal het zeker lukken.

    tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs

  • Hij stippelde gisteren een strategie voor het bedrijf uit.

    verleden tijd, aantonende wijs

我构建这部词典,旨在打造同类中最完整的荷兰语学习资源。定义和例句由 AI 生成,因此您可能偶尔会发现错误——请相信您的直觉。