(conflict op straat of op het schoolplein)
Twee mannen staan buiten de kroeg te vechten om niets.
Als jongen heb ik vaak op het schoolplein gevochten.
Ik vecht liever niet, ik praat het liever uit.
(strijd voor rechten, vrijheid of gezondheid)
Mijn oma vecht al maanden tegen een zware ziekte.
We moeten blijven vechten voor gelijke kansen op werk.
Zij vocht als een leeuw voor haar kinderen.
Samen hebben we tegen het onrecht gevochten.
(kibbelarij binnen een gezin)
Onze kinderen vechten altijd om de afstandsbediening.
Vroeger vochten mijn broer en ik om de beste plek op de bank.
De broers kibbelen vaak over wie de grootste koek mag.
Ze kibbelen weer over wie het laatste snoepje mag hebben.
Op verjaardagsfeestjes kibbelen de neefjes vaak om de aandacht van de volwassenen.
Mijn zus en ik kibbelden gisteren over wie de afwas moest doen.
Ze kibbelen als kat en hond, maar ze zijn eigenlijk onafscheidelijk.
Ze kibbelden urenlang over wie de beurt had om te spelen.
De kibbelarij tussen de broers duurde de hele middag.
Als de kinderen kibbelen, omdat ze allebei hetzelfde speelgoed willen, grijpt mama meestal in.
De kinderen maken ruzie om wie het spel mag beginnen.
Kibbelen jullie nu alweer?
De tweeling kibbelt de hele dag door.
Tijdens het groepswerk op school, begonnen de leerlingen te kibbelen over de taakverdeling.
Als je zo blijft kibbelen, zal papa boos worden.
Kibbel niet steeds met je zus!
Elke ochtend kibbelen de kinderen over wie als eerste de badkamer mag gebruiken.
我构建这部词典,旨在打造同类中最完整的荷兰语学习资源。定义和例句由 AI 生成,因此您可能偶尔会发现错误——请相信您的直觉。