Ik vind het leuk om te vlinderen in de tuin.
De vlinder is vlinderend rond de bloemen.
De vlinderende insecten zijn mooi om te zien.
Hij heeft de hele dag gevlinderd in de tuin.
Vlinder, komt hierheen!
Vlindert voorzichtig tussen de bloemen!
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
Ik vlinderde door de tuin toen ik jong was.
wij / we, jullie
Wij vlinderden samen in de zon.
Ik hoop dat jij vlindere in de lucht.
Vlinder met me mee!
Vlindert door de lucht!
我构建这部词典,旨在打造同类中最完整的荷兰语学习资源。定义和例句由 AI 生成,因此您可能偶尔会发现错误——请相信您的直觉。