(iemand of iets bevindt zich op de eerste positie in een rij of ruimte)
De leraar staat vooraan in de klas.
Zij zat vooraan in de bus en zag alles goed.
Hij staat vooraan, dus hij kan het bord goed zien.
Vooraan in de stoet liepen de koninklijke gasten.
Ga vooraan in de rij staan!
Ik zit altijd vooraan tijdens de les.
De voorste speler scoorde het eerste doelpunt.
Ik ga altijd vooraan zitten als ik met de trein reis.
De snelste loper staat vooraan.
De kop van de rij was erg lang.
Vooraan in de rij, waar de kaartjes worden verkocht, stond een lange rij mensen.
Morgen zal ik vooraan in de bus zitten.
Tijdens de presentatie stond de directeur vooraan in de zaal.
Sta jij vooraan in de rij?
Gisteren zat ik vooraan in de bioscoop.
De hond loopt vooraan in de groep.
Hij wil altijd vooraan lopen, want hij houdt van de voorste rij.
我构建这部词典,旨在打造同类中最完整的荷兰语学习资源。定义和例句由 AI 生成,因此您可能偶尔会发现错误——请相信您的直觉。