(iemand heeft een intuïtief gevoel over iets wat gaat komen)
Ik had een slecht voorgevoel en besloot niet met die trein mee te gaan.
Ze kreeg een voorgevoel dat er iets mis was toen de telefoon rinkelde.
Hij heeft een voorgevoel dat de vergadering lang gaat duren, dus hij neemt een kopje koffie mee.
Ik heb een intuïtie dat we de wedstrijd gaan winnen.
Vertrouw op je voorgevoel als je twijfelt.
Heb jij ook een voorgevoel dat er iets gaat gebeuren?
Morgen zal ik vast een voorgevoel hebben over de uitslag van het examen.
Zij heeft een voorgevoel dat haar team het kampioenschap gaat winnen.
Ik heb een sterk voorgevoel dat het vandaag gaat regenen.
Voordat ik naar mijn werk ga, heb ik soms een voorgevoel over hoe de dag zal verlopen.
Ze had het in haar vingers dat er iets mis zou gaan.
Ik heb vaak een voorgevoel als er iets belangrijks staat te gebeuren.
Hij kreeg kippenvel, wat voor hem een teken was van een voorgevoel.
Gisteren had ik een voorgevoel dat mijn vriend me zou verrassen.
Op het feest had ze een voorgevoel dat ze haar oude vriend zou tegenkomen.
Tijdens het studeren kreeg hij een voorgevoel dat de vragen op het tentamen moeilijk zouden zijn.
Omdat zij een voorgevoel had dat de presentatie niet goed zou gaan, oefende ze extra hard.
Haar gevoel zei haar dat ze beter thuis kon blijven.
我构建这部词典,旨在打造同类中最完整的荷兰语学习资源。定义和例句由 AI 生成,因此您可能偶尔会发现错误——请相信您的直觉。