助动词
hebben
overgankelijk werkwoord (iemand legt iets voor aan iemand)
Het werkwoord 'voorleggen' wordt vaak gebruikt in formele contexten, zoals in zakelijke of juridische situaties, om aan te geven dat iets ter beoordeling of goedkeuring wordt aangeboden.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
zij / ze
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
hij, zij / ze, het
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
例句
Ik leg je mijn ideeën morgen voor.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Zij heeft het rapport aan de commissie voorgelegd.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Wij legden de kwestie vorige week aan de raad voor.
verleden tijd, aantonende wijs
Leg dit voorstel voor aan de directeur!
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
Het is belangrijk dat hij het document aan de jury voorlegt.
tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs (vervangen door aantonende wijs)
我构建这部词典,旨在打造同类中最完整的荷兰语学习资源。定义和例句由 AI 生成,因此您可能偶尔会发现错误——请相信您的直觉。