(iemand gedraagt zich wild of onbeheerst)
De woesteling sloeg de deur met een klap dicht.
In de kroeg was een woesteling die ruzie zocht met iedereen.
De woesteling gooide met stoelen in de klas.
De woesteling had een driftbui die moeilijk te kalmeren was.
Is die woesteling al weg?
Hij ging tekeer als een woesteling in een porseleinkast.
Die man is een echte woesteling als hij te veel drinkt.
Tijdens het feest ontstond er ruzie, en plotseling was er een woesteling die alles kort en klein sloeg.
Toen de woesteling, die al de hele avond ruzie maakte, begon te vechten, belde iemand de politie.
Word geen woesteling, kalmeer!
Die razende persoon gedroeg zich als een echte woesteling.
Als hij zo doorgaat, wordt hij nog eens een woesteling.
De woesteling schreeuwde tegen de ober.
De woesteling maakte zoveel lawaai dat de buren de politie belden.
De woesteling was boos, en hij gooide zijn glas op de grond.
Gisteren was er een woesteling in de trein die niemand met rust liet.
Op het schoolplein was een woesteling die alle kinderen bang maakte.
我构建这部词典,旨在打造同类中最完整的荷兰语学习资源。定义和例句由 AI 生成,因此您可能偶尔会发现错误——请相信您的直觉。