(zelf iets doen of meemaken)
Ik heb dat zelf gedaan, zonder hulp van anderen.
Hij heeft het zelf gezegd, dus het moet waar zijn.
Kun je dat zelf even oplossen?
Kun je dat zelf doen, of heb je hulp nodig?
Ik maak mijn brood elke ochtend zelf.
Zij heeft die muur helemaal zelf geschilderd.
Als je het zelf probeert, leer je sneller.
Hoewel de meubels geleverd werden, moest hij ze zelf in elkaar zetten.
Welke zin inspireerde dit schilderij?
(reflexief: onderwerp en object zijn dezelfde)
Zij heeft zichzelf uitgenodigd voor het feest.
De kat waste zichzelf na het eten.
Ik moet mezelf eraan herinneren om water te drinken.
Ik heb mezelf in de spiegel gezien.
Wij hebben onszelf verrast met dit resultaat.
Pas goed op jezelf tijdens deze drukke periode.
Als je zichzelf goed kent, kun je betere keuzes maken.
(nadrukkelijk na een zelfstandig naamwoord)
Dit boek is net zo interessant als dat zelf.
Hij wil precies hetzelfde zelf doen als zijn broer.
Het voorstel zelf was goed, maar de uitvoering viel tegen.
Het probleem zelf is niet moeilijk, maar de context is complex.
Het onderzoek zelf duurde twee jaar.
我构建这部词典,旨在打造同类中最完整的荷兰语学习资源。定义和例句由 AI 生成,因此您可能偶尔会发现错误——请相信您的直觉。