助动词
hebben
werkwoord
Betekent om iets te plaatsen of in een bepaalde positie te brengen.
Infinitief
Tegenwoordig deelwoord
Voltooid deelwoord
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je
u
hij
zij / ze
het
wij / we
jullie
Verleden tijd
ik
jij / je
u
hij
zij / ze
het
wij / we
jullie
Aanvoegende wijs
Gebiedende wijs
例句
Ik wil de stoel daar zetten.
infinitief, indicative
Ze is het document zettend in het systeem.
tegenwoordige deelwoord, indicative
Hij heeft de lamp al gezet.
voltooid deelwoord, indicative
Ik zet de tafel voor het diner.
tegenwoordige tijd, indicative
Ik zette de stoel terug in de kamer.
verleden tijd, indicative
我构建这部词典,旨在打造同类中最完整的荷兰语学习资源。定义和例句由 AI 生成,因此您可能偶尔会发现错误——请相信您的直觉。