Ik wil graag zeven.
De zevende is aan het zevend.
De zevende staat bij de deur.
ik
Ik zeef de bloem door een zeef.
jij / je
Jij zeef de suiker.
u
U zeeft de ingrediënten.
hij
Hij zeeft het zand.
zij / ze
Zij zeeft de pasta.
het
Het zeeft snel.
wij / we
Wij zeven de noten.
jullie
Jullie zeven de groenten.
Ik zeefde de meel vorig jaar.
Jij zeefde de suiker gisteren.
U zeefde de bloem met zorg.
Hij zeefde de zandkleur vorige week.
Zij zeefden de aardappelen.
Wij zeefden de meel in de bakkerij.
Jullie zeefden de bloemen afgelopen jaar.
De bloem is gezeefd voordat het deeg gemaakt werd.
Dat men zeve goed in de keuken!
Zeef de bloem voor het bakken!
我构建这部词典,旨在打造同类中最完整的荷兰语学习资源。定义和例句由 AI 生成,因此您可能偶尔会发现错误——请相信您的直觉。