(over eten en drinken)
Deze appel is heel zoet.
Ik drink mijn koffie graag met een zoet koekje erbij.
Chocolade is zoet.
Deze aardbeien zijn zoeter dan die van gisteren.
Welke zin inspireerde dit schilderij?
(over gedrag van kinderen)
De kinderen waren vandaag heel zoet op school.
Wees zoet, dan mag je straks televisie kijken.
Het jongetje speelde de hele middag zoet in zijn kamer.
(over herinneringen of momenten)
Ik heb zoete herinneringen aan die vakantie.
Slaap lekker en droom maar zoet.
Het was een zoete afsluiting van een lange dag.
我构建这部词典,旨在打造同类中最完整的荷兰语学习资源。定义和例句由 AI 生成,因此您可能偶尔会发现错误——请相信您的直觉。