Aangaan
aangaan
Verbbeginnen of zich verbinden; ook: betreffen; (intrans.) iets gaat aan (bv. licht)
beginnen/verbinden
Iets officieel of bewust beginnen of een afspraak maken; je eraan verbinden (bijv. contract, relatie of taak).
Wij willen een contract aangaan.
aan/inschakelen (intrans.)
Iets gaat in werking of schakelt in (vaak bij apparaten of licht).
Het licht gaat aan.
betreffen
Van belang zijn voor iemand; ergens mee te maken hebben.
Dat gaat mij niets aan.
een contract aangaaneen relatie aangaaneen gesprek aangaaneen discussie aangaanhet licht gaat aan