Aanstaan
Hilfsverb
hebben
onregelmatig werkwoord, scheidbaar werkwoord
Het werkwoord 'aanstaan' betekent vaak 'bereid zijn om iets te doen' of 'klaarstaan voor een taak'. Het kan ook gebruikt worden in de betekenis van 'bevallen' of 'aangenaam vinden', maar dat is minder gebruikelijk in deze context.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
zij / ze
Verleden tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
Beispiele
Ik sta altijd aan om nieuwe dingen te leren.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Hij stond gisteren aan om de presentatie te geven.
verleden tijd, aantonende wijs
Wij hebben altijd aangestaan om elkaar te steunen.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Sta aan om de taak af te maken!
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
Ich habe dieses Wörterbuch als die vollständigste niederländische Lernressource seiner Art gebaut. Definitionen und Beispiele werden generiert, daher kann es gelegentlich Fehler geben — vertraue deinem Instinkt.