NEDERLANDS
🇩🇪

Aarzelen

Verb

Hilfsverb

hebben

onovergankelijk werkwoord

Dit werkwoord drukt vaak twijfel, onzekerheid of terughoudendheid uit.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je, u, wij / we, jullie

  • hij, zij / ze, het

Verleden tijd

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

Beispiele

  • Ik aarzel vaak voordat ik een belangrijke beslissing neem.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Zij heeft geaarzeld om de waarheid te vertellen.

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Aarzel niet om vragen te stellen!

    tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

  • Hij aarzelde toen hij de kans kreeg.

    verleden tijd, aantonende wijs

Ich habe dieses Wörterbuch als die vollständigste niederländische Lernressource seiner Art gebaut. Definitionen und Beispiele werden generiert, daher kann es gelegentlich Fehler geben — vertraue deinem Instinkt.