Aarzelen
Hilfsverb
hebben
onovergankelijk werkwoord
Dit werkwoord drukt vaak twijfel, onzekerheid of terughoudendheid uit.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je, u, wij / we, jullie
hij, zij / ze, het
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
Beispiele
Ik aarzel vaak voordat ik een belangrijke beslissing neem.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Zij heeft geaarzeld om de waarheid te vertellen.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Aarzel niet om vragen te stellen!
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
Hij aarzelde toen hij de kans kreeg.
verleden tijd, aantonende wijs
Ich habe dieses Wörterbuch als die vollständigste niederländische Lernressource seiner Art gebaut. Definitionen und Beispiele werden generiert, daher kann es gelegentlich Fehler geben — vertraue deinem Instinkt.