Adjective

Attributive Formen

Als je zegt 'de afgelopen tijd' of 'de afgelopen week', gebruik je 'afgelopen' vóór het zelfstandig naamwoord. Het geeft een periode aan die net voorbij is.

Mit bestimmtem Artikel
de afgelopen tijd
"De afgelopen tijd was het weer slecht."
Mit unbestimmtem Artikel
een afgelopen week
"Ik heb een afgelopen week hard gewerkt."
Ohne Artikel
afgelopen
"Afgelopen is ook een belangrijk woord."

Prädikative Form

Na 'zijn' of 'worden' gebruik je altijd 'afgelopen': De week is afgelopen. Dit betekent dat de week voorbij is.

afgelopen
"De week is afgelopen."

Komparativ

Voor de vergelijking gebruik je 'afgelopener': De afgelopener tijd was stressvoller. Dit vergelijk je met een andere periode.

Grundform
afgelopen
"De afgelopen maand was moeilijk."
Mit „dan"
afgelopener
"De afgelopener week was beter."

Superlativ

Voor de superlative gebruik je 'afgelopenste': De afgelopenste dagen waren mooi. Dit betekent dat het de meest recente dagen zijn.

Attributiv
de afgelopenste
"De afgelopenste tijd moeten we harder werken."
Prädikativ
afgelopen
"Dit is de afgelopenste periode voor mij."

Wichtige Hinweise

  • usage:'Afgelopen' wordt vaak gebruikt in de context van tijd en verwijst naar de periode die net is verstreken.

Dieses Wörterbuch ist KI-generiert — das einzige vollständige niederländische Lernerwörterbuch seiner Art. Ich aktualisiere gerade auf die neuesten KI-Modelle, daher kann es gelegentlich Fehler geben. Wenn etwas seltsam aussieht, vertraue deinem Instinkt.