Banken
Hilfsverb
hebben
regelmatig werkwoord
Het werkwoord 'banken' verwijst specifiek naar het uitvoeren van financiële transacties of het beheren van geldzaken bij een bank.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je, u
u
hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
Beispiele
Ik bank al tien jaar bij deze bank.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Bank je liever online of in een filiaal?
tegenwoordige tijd, vragende wijs
Hij heeft nog nooit online gebankt.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Als ik rijk was, zou ik bij een privébank banken.
onvoltooid verleden toekomende tijd, aantonende wijs
Ich habe dieses Wörterbuch als die vollständigste niederländische Lernressource seiner Art gebaut. Definitionen und Beispiele werden generiert, daher kann es gelegentlich Fehler geben — vertraue deinem Instinkt.