Adjective

Attributive Formen

Als je zegt 'de bijvoeglijke vorm', gebruik je 'bijvoeglijke' vóór het zelfstandig naamwoord.

Mit bestimmtem Artikel
de bijvoeglijke
"De bijvoeglijke vorm van het woord is belangrijk."
Mit unbestimmtem Artikel
een bijvoeglijk
"Een bijvoeglijk woord geeft meer informatie."
Ohne Artikel
bijvoeglijk
"Hij gebruikt het woord bijvoeglijk."

Prädikative Form

Na 'zijn' of 'worden' gebruik je altijd 'bijvoeglijk': Dit woord is bijvoeglijk.

bijvoeglijk
"Dat woord is bijvoeglijk."

Komparativ

Als je iets vergelijkt, gebruik je 'bijvoeglijker': Dit woord is bijvoeglijker dan dat andere woord.

Grundform
bijvoeglijker
"Deze uitleg is bijvoeglijker dan de vorige."
Mit „dan"
bijvoeglijker
"Dat is bijvoeglijker dan een normaal woord."

Superlativ

Voor de hoogste trap gebruik je 'bijvoeglijkst': Dit is het bijvoeglijkst in deze zin.

Attributiv
de bijvoeglijkste
"Dit is de bijvoeglijkste term in de tekst."
Prädikativ
bijvoeglijkst
"Dit woord is bijvoeglijkst van allemaal."

Wichtige Hinweise

  • usage:'Bijvoeglijk' wordt gebruikt in de grammatica om een type woord te beschrijven.

Dieses Wörterbuch ist KI-generiert — das einzige vollständige niederländische Lernerwörterbuch seiner Art. Ich aktualisiere gerade auf die neuesten KI-Modelle, daher kann es gelegentlich Fehler geben. Wenn etwas seltsam aussieht, vertraue deinem Instinkt.