Adjective

Attributive Formen

Als je zegt 'de blije kinderen' of 'een blije hond', gebruik je 'blije' vóór het zelfstandig naamwoord. Dit maakt het woord bijvoeglijk en laat zien dat het zelfstandig naamwoord blij is.

Mit bestimmtem Artikel
de blije
"De blije kinderen spelen in het park."
Mit unbestimmtem Artikel
een blije
"Een blije hond komt naar me toe."
Ohne Artikel
blij
"Ik voel me blij."

Prädikative Form

Na 'zijn' of 'worden' gebruik je altijd 'blij': 'Zij is blij' betekent dat zij zich goed voelt.

blij
"Zij is blij met haar cadeau."

Komparativ

Als je wilt zeggen dat iemand of iets blije is dan iemand anders, zeg je 'blijdere'. Bijvoorbeeld: 'Hij is blijdere dan zij.'

Grundform
blijder
"Hij is blijder dan zij."
Mit „dan"
blijder
"Dit nieuws maakt me blijder dan het vorige."

Superlativ

Als je zegt dat iemand de gelukkigste is, gebruik je 'blijst': 'Jij bent de blijst in de klas.'

Attributiv
blijst
"Hij is de blijste van de groep."
Prädikativ
blijst
"Jij bent blijst als je met vrienden bent."

Wichtige Hinweise

  • usage:'Blije' is een vorm die je gebruikt bij zelfstandige naamwoorden, zoals in 'de blije kinderen'. Het heeft te maken met het zelfstandig naamwoord.
  • irregular:Let op: 'blij' verandert in 'blijder' voor de vergrotende trap.

Dieses Wörterbuch ist KI-generiert — das einzige vollständige niederländische Lernerwörterbuch seiner Art. Ich aktualisiere gerade auf die neuesten KI-Modelle, daher kann es gelegentlich Fehler geben. Wenn etwas seltsam aussieht, vertraue deinem Instinkt.