Blind
hetblind
Substantivluik voor het raam
- Een houten of metalen paneel dat je voor een raam zet.Het blind klapperde tegen de muur door de wind.
blind
Adjektivniet kunnen zien
- Niet kunnen zien met de ogen.Sinds vorig jaar is mijn opa blind.
- Zonder na te denken of zonder iets te controleren.Volg je leider niet blind.
- Gesloten of zonder uitzicht, vaak van een muur of hoek.De auto stond geparkeerd in een blinde hoek van het kruispunt.