Blinddoek
A2commonZipf 3.2
zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord
de blinddoek
Substantiv/'blɪnduk/enkelvoud
blinddoekblinddoekjemeervoud
blinddoekenblinddoekjesblinddoeken
Verb/'blɪndukən; 'blɪndukə/infinitief
blinddoekentegenwoordige tijd
blinddoekblinddoektblinddoekenverleden tijd
blinddoekteblinddoektentegenwoordig deelwoord
blinddoekendblinddoekende
Erstelle ein kostenloses Konto, um den vollständigen Eintrag für dieses Wort zu generieren.
Kostenlos. Kein Passwort.