deCommon Noun

Singularformen

'Bril' is een zelfstandig naamwoord. Het is een de-woord.

Bestimmt (de/het)
de bril
"De bril ligt op tafel."
Unbestimmt (een)
een bril
"Ik heb een nieuwe bril gekocht."
Ohne Artikel
bril
"Bril is belangrijk voor mijn ogen."

Pluralformen

De meervoudsvorm is 'brillen'. Dit betekent meer dan één bril.

Bestimmt (de)
de brillen
"De brillen zijn duur."
Ohne Artikel
brillen
"Ik heb geen brillen nodig."

Verkleinerungsform

brilletje
"Hij heeft een schattig brilletje op."

Diminutief geeft een vertederende of schattige connotatie.

informeel

Häufige Komposita

  • zonnebril

    "Ik draag een zonnebril op het strand."

    speciale bril voor zonlicht

  • leesbril

    "Ze heeft een leesbril nodig."

    bril voor lezen

Häufige Wortkombinationen

  • afzetten

    "Hij zet zijn bril af als hij slaapt."

    Gebruik met werkwoorden, betekent: de bril niet meer dragen.

  • opzetten

    "Zet je bril op als je gaat lezen."

    Betekent: de bril op de neus zetten.

Wichtige Hinweise

  • countability:'Bril' is een telbaar zelfstandig naamwoord, je kunt één bril of meerdere brillen hebben.
  • usage:Gebruik 'bril' in alledaagse gesprekken over ogen of visuele hulpmiddelen.
  • register:In formele situaties, zoals bij een opticien, wordt 'bril' meestal als neutraal gezien.

Dieses Wörterbuch ist KI-generiert — das einzige vollständige niederländische Lernerwörterbuch seiner Art. Ich aktualisiere gerade auf die neuesten KI-Modelle, daher kann es gelegentlich Fehler geben. Wenn etwas seltsam aussieht, vertraue deinem Instinkt.