deCommon Noun

Singularformen

Het zelfstandig naamwoord 'broek' verwijst naar een kledingstuk dat je op je benen draagt.

Bestimmt (de/het)
de broek
"De broek is mooi."
Unbestimmt (een)
een broek
"Een broek moet goed zitten."
Ohne Artikel
broek
"Broek is belangrijk voor de mode."

Pluralformen

De meervoudsvorm is 'broeken'.

Bestimmt (de)
de broeken
"De broeken hangen in de winkel."
Ohne Artikel
broeken
"Broeken zijn vaak duur."

Verkleinerungsform

broekje
"Het broekje is schattig."

Diminutieve vormen zoals 'broekje' worden vaak gebruikt voor kleinere maten of als schattige aanspreekvorm.

informeel

HĂ€ufige Komposita

  • spijkerbroek

    "Hij draagt een spijkerbroek."

    een broek van spijkerstof

  • sportbroek

    "Zij heeft een nieuwe sportbroek gekocht."

    een broek voor sportactiviteiten

HĂ€ufige Wortkombinationen

  • broekmaat

    "Wat is jouw broekmaat?"

    Broekmaat verwijst naar de maat van een broek, vaak in gebruik bij het kopen van kleding.

  • broekzak

    "Ik heb mijn sleutels in de broekzak gestopt."

    Broekzak is de zak in een broek waar je spullen in kunt doen.

Wichtige Hinweise

  • countability:Broek is telbaar; je kunt één broek of meerdere broeken hebben.
  • register:In formele contexten kan 'broek' gebruikt worden, maar in informele gesprekken is het veel voorkomend.
  • usage:De term 'broek' kan ook breed worden ingezet bij het praten over mode of kleding.

Dieses Wörterbuch ist KI-generiert — das einzige vollstĂ€ndige niederlĂ€ndische Lernerwörterbuch seiner Art. Ich aktualisiere gerade auf die neuesten KI-Modelle, daher kann es gelegentlich Fehler geben. Wenn etwas seltsam aussieht, vertraue deinem Instinkt.