NEDERLANDS
🇩🇪

Bussen

Verb

Hilfsverb

hebben

regelmatig werkwoord (zwak werkwoord)

Het werkwoord 'bussen' betekent 'met de bus reizen'. Het wordt vaak gebruikt in alledaagse gesprekken over vervoer.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Verleden tijd

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

  • jij / je, u, jullie

  • jullie

Beispiele

  • Ik **bus** elke ochtend naar mijn werk omdat het sneller is dan fietsen.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Gisteren **buste** hij naar de stad omdat zijn auto kapot was.

    verleden tijd, aantonende wijs

  • Wij hebben vorige week **gebust** naar het concert omdat het regende.

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • **Bus** jij maar, ik wacht op de volgende!

    tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

  • Het is belangrijk dat zij **busse** om op tijd te komen.

    tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs

Weiterlernen

Ich habe dieses Wörterbuch als die vollständigste niederländische Lernressource seiner Art gebaut. Definitionen und Beispiele werden generiert, daher kann es gelegentlich Fehler geben — vertraue deinem Instinkt.