NEDERLANDS
🇩🇪
  • Cake(de)
    Substantivzoet gebak dat je in plakken

Cake

  • decake

    Substantiv

    Zoet gebak dat je in plakken snijdt

    1. gebak

      Zoet gebak van bloem, eieren, boter en suiker; je snijdt het vaak in plakken en eet het bij de koffie of als traktatie.

      Ik bak een cake voor haar verjaardag.

    cake bakkenplakje cakestuk cakecakejecakebeslag

Weiterlernen