NEDERLANDS
🇩🇪
  • Clean
    Adjektivschoon strak geleend woord
  • Cleanen
    Verbinformeel schoonmaken of opschonen

Clean

  • clean

    Adjektiv

    schoon; strak (geleend woord)

    1. schoon

      Zonder vuil of rommel; netjes.

      Na het schoonmaken was de vloer clean.

    2. strak/modern

      Strak, eenvoudig en professioneel van uiterlijk, zonder overbodige details.

      Het nieuwe logo is clean en herkenbaar.

    clean designclean uitstralingclean werkenclean geschoren
  • cleanen

    Verb

    schoonmaken / opruimen (vaak informeel)

    1. schoonmaken

      cleanen: iets fysiek schoonmaken of opruimen, bijvoorbeeld een kamer, apparaat of tafel.

      Ik ga vanmiddag de keuken cleanen.

    2. opschonen (gegevens/systeem)

      cleanen: onnodige of foutieve bestanden, e-mails of accounts verwijderen om iets op te ruimen of te herstellen.

      De IT-afdeling moet deze week alle oude accounts cleanen.

    accounts cleanendata cleaneninbox cleanensysteem cleanen

Weiterlernen