NEDERLANDS
🇩🇪

Dekken

Verb

Hilfsverb

hebben

regelmatig werkwoord

Het werkwoord 'dekken' kan zowel letterlijk (bijv. een tafel dekken) als figuurlijk (bijv. kosten dekken) gebruikt worden.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Verleden tijd

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

  • jij / je, u, jullie

Beispiele

  • Kun je de tafel dekken voor het eten?

    tegenwoordige tijd, vragend

  • Hij dekte de schade met zijn verzekering.

    verleden tijd, aantonend

  • De tafel is al gedekt.

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonend

  • Dek de pan met een deksel om het eten warm te houden.

    tegenwoordige tijd, gebiedend

Ich habe dieses Wörterbuch als die vollständigste niederländische Lernressource seiner Art gebaut. Definitionen und Beispiele werden generiert, daher kann es gelegentlich Fehler geben — vertraue deinem Instinkt.