deCommon Noun

Singularformen

Het woord 'ei' is een zelfstandig naamwoord en betekent een ovale, eetbare structuur van vele dieren, vooral van vogels.

Bestimmt (de/het)
het ei
"Ik heb het ei gekookt."
Unbestimmt (een)
een ei
"Ik wil een ei bij mijn ontbijt."
Ohne Artikel
ei
"Ei is gezond."

Pluralformen

De meervoudsvorm is 'eieren' en wordt gebruikt om meerdere eieren aan te duiden.

Bestimmt (de)
de eieren
"De eieren liggen op tafel."
Ohne Artikel
eieren
"We hebben eieren nodig voor de cake."

Verkleinerungsform

het eitje
"Een eitje is lekker op toast."

Diminutiefvorm wordt vaak gebruikt voor schattigheid.

informal

HĂ€ufige Komposita

  • eierkoek

    "Ze heeft eierkoek voor het feest gemaakt."

    Een zachte koek gemaakt van eieren.

  • eiergerecht

    "Dit eiergerecht is mijn favoriet."

    Een gerecht dat met eieren is bereid.

HĂ€ufige Wortkombinationen

  • hardgekookt ei

    "Ik eet een hardgekookt ei als snack."

    Ei dat lange tijd in water is gekookt.

  • gebakken ei

    "Hij maakt een gebakken ei voor het ontbijt."

    Ei dat in een pan is gebakken.

Wichtige Hinweise

  • countability:Ei is telbaar, dus je kan één ei, twee eieren, enz. zeggen.
  • register:Het woord 'ei' is neutraal en wordt in zowel formele als informele contexten gebruikt, maar de diminutiefvorm 'eitje' is informeler.

Dieses Wörterbuch ist KI-generiert — das einzige vollstĂ€ndige niederlĂ€ndische Lernerwörterbuch seiner Art. Ich aktualisiere gerade auf die neuesten KI-Modelle, daher kann es gelegentlich Fehler geben. Wenn etwas seltsam aussieht, vertraue deinem Instinkt.