NEDERLANDS
🇩🇪
  • Fabriek(de)
    Substantivgebouw of bedrijf waar producten worden
  • Fabrieken
    Verbmaken of produceren vaak in grote

Fabrieken

Verb

Hilfsverb

hebben

hebben; trans

Vaak negatief of ironisch gekleurd: iets haastig, amateuristisch of zelfs stiekem in elkaar zetten.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we

  • jullie

  • zij / ze

Verleden tijd

  • ik

  • jij / je

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we

  • jullie

  • zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Gebiedende wijs

Aanvoegende wijs

Beispiele

  • Ze fabriekte in een uurtje een prachtige jurk.

    verleden tijd, indicatief

  • Wat voor onzin heb jij nu weer gefabriekt?

    voltooide tijd, indicatief

Weiterlernen

Ich habe dieses Wörterbuch als die vollständigste niederländische Lernressource seiner Art gebaut. Definitionen und Beispiele werden generiert, daher kann es gelegentlich Fehler geben — vertraue deinem Instinkt.