deCommon Noun

Singularformen

Het woord 'familie' is een zelfstandig naamwoord. Het is een de-woord.

Bestimmt (de/het)
de familie
"De familie is groot."
Unbestimmt (een)
een familie
"Een familie kan samenleven."
Ohne Artikel
familie
"Familie is belangrijk."

Pluralformen

De meervoudsvorm is 'families'.

Bestimmt (de)
de families
"De families zijn uitgenodigd."
Ohne Artikel
families
"Families zijn vaak verschillend."

Verkleinerungsform

familietje
"Het familietje is net verhuisd."

Diminutief geeft een schattige of informele toon aan.

informeel

HĂ€ufige Komposita

  • familiewagen

    "We kochten een nieuwe familiewagen."

    Een auto die groot genoeg is voor een gezin.

  • familiebank

    "We hebben een familiebank in de woonkamer."

    Een bank voor familieleden.

HĂ€ufige Wortkombinationen

  • familieband

    "Er is een sterke familieband tussen ons."

    Een emotionele connectie binnen een familie.

  • familiebezoek

    "Ze komt op familiebezoek."

    Een bezoek van familie.

Wichtige Hinweise

  • countability:Familie is meestal niet-telbaar in het enkelvoud, maar 'families' is telbaar.
  • register:'Familie' wordt vaak informeel gebruikt wanneer we over persoonlijke zaken praten.
  • usage:In bredere zin kan 'familie' ook verwijzen naar soortgenoten, zoals in 'familie van dieren'.
  • irregular:Geen onregelmatige vormen, maar let op bij gebruik van het meervoud.

Dieses Wörterbuch ist KI-generiert — das einzige vollstĂ€ndige niederlĂ€ndische Lernerwörterbuch seiner Art. Ich aktualisiere gerade auf die neuesten KI-Modelle, daher kann es gelegentlich Fehler geben. Wenn etwas seltsam aussieht, vertraue deinem Instinkt.