Singularformen
Het woord 'familielid' betekent een persoon die tot je familie behoort. Je gebruikt 'het' omdat het een het-woord is.
- Bestimmt (de/het)
- het familielid
- "Het familielid woont in Amsterdam."
- Unbestimmt (een)
- een familielid
- "Een familielid heeft me geholpen."
- Ohne Artikel
- familielid
- "Familielid is belangrijk in je leven."
Pluralformen
De meervoudsvorm is 'familielieden'. Dit woord gebruik je om meerdere familieleden aan te geven.
- Bestimmt (de)
- de familielieden
- "De familielieden zijn gekomen voor het feest."
- Ohne Artikel
- familielieden
- "Familielieden komen soms van ver."
Verkleinerungsform
Diminutief wordt informeel gebruikt, vaak met een schertsend of lief woordje.
informeel
Häufige Komposita
familieband
"Familiebanden zijn sterk."
de relatie binnen een familie
familiefeest
"We hebben een familiefeest georganiseerd."
een samenkomst van de familie
Häufige Wortkombinationen
dichtbij familielid
"Hij woont dichtbij een familielid."
Het geeft aan dat er een nauwe relatie is tussen de mensen.
familielid bijwonen
"Je moet een familielid bijwonen in het ziekenhuis."
Dit betekent dat je er voor iemand uit de familie moet zijn in moeilijke tijden.
Wichtige Hinweise
- countability:'Familielid' is een telbaar zelfstandig naamwoord. Je kunt er cijfers voorzetten, zoals 'twee familielieden'.
- irregular:De meervoudsvorm 'familielieden' is niet een directe verandering van de enkelvoudsvorm. Het wordt in het Nederlands op deze speciale manier gevormd.
- register:In formele teksten lijkt 'familielid' meer neutraal, terwijl het in informele gesprekken ook met een diminutief gebruikt kan worden.
Dieses Wörterbuch ist KI-generiert — das einzige vollständige niederländische Lernerwörterbuch seiner Art. Ich aktualisiere gerade auf die neuesten KI-Modelle, daher kann es gelegentlich Fehler geben. Wenn etwas seltsam aussieht, vertraue deinem Instinkt.