de-hetCommon Noun

Singularformen

Het woord 'fruit' is een onzijdig zelfstandig naamwoord en betekent: eetbare, zoete of sappige vruchten van planten.

Bestimmt (de/het)
het fruit
"Ik heb het fruit op tafel gelegd."
Unbestimmt (een)
een fruit
"Ik wil een fruit kopen."
Ohne Artikel
fruit
"Fruit is gezond."

Pluralformen

De plurale vorm 'vruchten' wordt vaak gebruikt om verschillende soorten of variëteiten te beschrijven.

Bestimmt (de)
de vruchten
"De vruchten zijn rijp."
Ohne Artikel
vruchten
"Er zijn veel verschillende vruchten."

Verkleinerungsform

het fruitje
"Ik geef je een fruitje."

Het diminutief 'fruitje' kan schattiger of minder serieus overkomen.

informeel

HĂ€ufige Komposita

  • fruitboer

    "De fruitboer heeft veel soorten appels."

    een persoon die fruit verkoopt

  • fruitmand

    "Ik heb een fruitmand voor je gemaakt."

    een mand waarin fruit is

  • fruitcake

    "Ik heb een fruitcake gebakken voor het feest."

    een cake gemaakt met fruit

HĂ€ufige Wortkombinationen

  • gezond fruit

    "Eet gezond fruit voor een goede gezondheid."

    'Gezond fruit' verwijst naar fruit dat voedzaam is.

  • vers fruit

    "Ik koop altijd vers fruit bij de markt."

    'Vers fruit' betekent recentelijk geplukt en nog niet bederf.

  • fruit salade

    "We maken een grote fruit salade voor het feest."

    Een mengsel van verschillende soorten fruit.

Wichtige Hinweise

  • register:'Fruit' is een neutraal woord, geschikt voor zowel formeel als informeel gebruik.
  • countability:'Fruit' is meestal ontelbaar in het enkelvoud, maar de meeste vormen worden in een meervoudsvorm ('vruchten') gebruikt.
  • irregular:'Fruit' heeft geen onregelmatige vormen; het volgt de standaard regels van het Nederlands.

Dieses Wörterbuch ist KI-generiert — das einzige vollstĂ€ndige niederlĂ€ndische Lernerwörterbuch seiner Art. Ich aktualisiere gerade auf die neuesten KI-Modelle, daher kann es gelegentlich Fehler geben. Wenn etwas seltsam aussieht, vertraue deinem Instinkt.