NEDERLANDS
🇩🇪
  • Gelovig
    Adjektivreligieus gelovend
  • Gelovige(de)
    Substantiviemand die gelooft in god of

Gelovige

  • gelovig

    Adjektiv

    religieus; gelovend

    1. geloof

      Iemand of iets dat in een god, goden of een religie gelooft of bij een religieuze groep hoort.

      Zij is erg gelovig en bezoekt elke zondag de kerk.

    diep gelovigpraktiserend geloviggelovige mensengelovige gemeenschapgelovige familie
  • degelovige

    Substantiv

    iemand die gelooft in God of in de leer van een godsdienst

    1. religie

      Iemand die gelooft in God, in goden of in de leer van een godsdienst en dat volgt in woord of gedrag.

      De gelovige ging elke zondag naar de kerk.

    de gelovigenpraktiserende gelovigevrome gelovigechristelijke gelovige

Weiterlernen