Haai
A2top5000Zipf 4.0
tussenwerpsel; zelfstandig naamwoord, enkelvoud; de baas spelen
haai
Interjektion/'haj/~
haaide haai
Substantiv/'haj/enkelvoud
haaihaaitjemeervoud
haaienhaaitjeshaaien
Verb/'hajən; 'hajə/de baas spelen
infinitief
haaientegenwoordige tijd
haaihaaithaaienverleden tijd
haaidehaaidentegenwoordig deelwoord
haaiendhaaiendehaaien
Verb/'hajən; 'hajə/krabben
infinitief
haaientegenwoordige tijd
haaihaaithaaienverleden tijd
haaidehaaidentegenwoordig deelwoord
haaiendhaaiende
Erstelle ein kostenloses Konto, um den vollständigen Eintrag für dieses Wort zu generieren.
Kostenlos. Kein Passwort.