hetCommon Noun

Singularformen

Het woord 'hal' betekent een grote ruimte, vaak in een gebouw.

Bestimmt (de/het)
de hal
"De hal is groot."
Unbestimmt (een)
een hal
"Ik heb een hal gezien."
Ohne Artikel
hal
"Hal is donker."

Pluralformen

Het meervoud van 'hal' is 'hallen.'

Bestimmt (de)
de hallen
"De hallen zijn breed."
Ohne Artikel
hallen
"Er zijn hallen in het gebouw."

Verkleinerungsform

het halletje
"Het halletje is gezellig."

Een halletje is kleiner en schattiger.

informal

HĂ€ufige Komposita

  • haldeur

    "De haldeur staat open."

    deur in de hal

  • halfgang

    "De halfgang leidt naar de kamers."

    smalle gang naast de hal

HĂ€ufige Wortkombinationen

  • in de hal

    "We wachten in de hal."

    Geef aan waar je bent.

  • hal en straat

    "De hal en straat zijn verbonden."

    Verwijst naar de verbinding van twee ruimtes.

Wichtige Hinweise

  • countability:Hal is telbaar, je kunt meerdere hallen hebben.
  • register:Formele situaties gebruiken 'hal' voor uitleg van ruimtes, terwijl informele situaties meer vrij zijn.

Dieses Wörterbuch ist KI-generiert — das einzige vollstĂ€ndige niederlĂ€ndische Lernerwörterbuch seiner Art. Ich aktualisiere gerade auf die neuesten KI-Modelle, daher kann es gelegentlich Fehler geben. Wenn etwas seltsam aussieht, vertraue deinem Instinkt.