hetCommon Noun

Singularformen

'Huis' is een zelfstandige naamwoord met het lidwoord 'het'. Gebruik 'het' voor specifiek verwijzend.

Bestimmt (de/het)
het huis
"Het huis is groot."
Unbestimmt (een)
een huis
"Ik heb een huis."
Ohne Artikel
huis
"Huis en tuin zijn belangrijk."

Pluralformen

In het meervoud wordt 'huis' 'huizen'. Het lidwoord verandert van 'het' naar 'de'.

Bestimmt (de)
de huizen
"De huizen in de straat zijn oud."
Ohne Artikel
huizen
"Twee huizen zijn te koop."

Verkleinerungsform

huisje
"We hebben een huisje aan het meer."

Klein of schattig huis.

informeel

Häufige Komposita

  • huisarts

    "De huisarts heeft een praktijk in het dorp."

    family doctor

  • huiswerk

    "Hij maakt zijn huiswerk elke avond."

    homework

  • huismuis

    "Een huismuis kan snel rennen."

    house mouse

Häufige Wortkombinationen

  • bouwen

    "We gaan een nieuw huis bouwen."

    Het betekent een huis maken.

  • kopen

    "Ze willen een huis kopen aan zee."

    Een huis aanschaffen.

  • verkopen

    "Het huis wordt verkocht aan een jong stel."

    Een huis aan iemand anders geven voor geld.

Wichtige Hinweise

  • countability:'Huis' is telbaar, je kunt zeggen één huis, twee huizen.
  • register:Het gebruik van 'huisje' is vaak informeel en suggereert schattigheid of kleinheid.

Dieses Wörterbuch ist KI-generiert — das einzige vollständige niederländische Lernerwörterbuch seiner Art. Ich aktualisiere gerade auf die neuesten KI-Modelle, daher kann es gelegentlich Fehler geben. Wenn etwas seltsam aussieht, vertraue deinem Instinkt.