Singularformen
Het woord 'huisgenoot' betekent iemand die met jou in een huis woont.
- Bestimmt (de/het)
- de huisgenoot
- "De huisgenoot is erg vriendelijk."
- Unbestimmt (een)
- een huisgenoot
- "Ik heb een huisgenoot gevonden."
- Ohne Artikel
- huisgenoot
- "Als huisgenoot moet je rekening houden met elkaar."
Pluralformen
De meervoudsvorm is 'huisgenoten', wat meer dan één iemand betekent.
- Bestimmt (de)
- de huisgenoten
- "De huisgenoten hebben samen gekookt."
- Ohne Artikel
- huisgenoten
- "Er zijn verschillende huisgenoten in het huis."
Verkleinerungsform
De diminutief wordt gebruikt voor een huisgenoot die jonger is of om affectie te tonen.
informal
HĂ€ufige Komposita
huisgenootschap
"We vormen een hecht huisgenootschap."
gezelschap van huisgenoten
HĂ€ufige Wortkombinationen
goede huisgenoot
"Hij is een goede huisgenoot."
Dit betekent dat iemand prettig is om mee samen te wonen.
huisgenoot zijn
"Zij willen huisgenoot zijn van elkaar."
Dit betekent samenwonen met iemand.
Wichtige Hinweise
- register:In informele situaties is het gebruikelijker om dit woord te gebruiken, bijvoorbeeld in vriendenkring.
- countability:'huisgenoot' is een telbaar zelfstandig naamwoord.
Dieses Wörterbuch ist KI-generiert â das einzige vollstĂ€ndige niederlĂ€ndische Lernerwörterbuch seiner Art. Ich aktualisiere gerade auf die neuesten KI-Modelle, daher kann es gelegentlich Fehler geben. Wenn etwas seltsam aussieht, vertraue deinem Instinkt.