Kalender
Singularformen
Het woord 'kalender' wordt meestal in het enkelvoud gebruikt als je het over één kalender hebt. Bijvoorbeeld: 'Ik heb een kalender gekocht.'
- Bestimmt (de/het)
- Unbestimmt (een)
- Ohne Artikel
Pluralformen
Het meervoud 'kalenders' gebruik je als je het over meerdere kalenders hebt. Bijvoorbeeld: 'Er zijn veel verschillende kalenders te koop.'
- Bestimmt (de)
- Ohne Artikel
Verkleinerungsform
Het kalendertje wordt vaak gebruikt om iets schattigs of kleins aan te duiden, zoals een kleine agenda of een miniatuur kalender.
informeel
Häufige Komposita
wandkalender
een kalender die aan de muur hangt
zakkalender
een kleine kalender die in je zak past
schoolkalender
een kalender met schoolgerelateerde data en vakanties
adventskalender
een kalender die gebruikt wordt in de adventsperiode, vaak met kleine cadeautjes of chocolaatjes
Häufige Wortkombinationen
afspraak
Kalenders worden vaak gebruikt om afspraken in te plannen.
datum
Een kalender helpt om de datum bij te houden.
plannen
Kalenders worden gebruikt om activiteiten en gebeurtenissen te plannen.
bladzijde
Een kalender bestaat vaak uit meerdere bladzijden voor elke maand.
Wichtige Hinweise
- usage:Kalenders kunnen zowel fysiek (papieren kalenders) als digitaal (bijv. op je telefoon of computer) zijn.
- countability:'Kalender' is een telbaar zelfstandig naamwoord. Je kunt dus spreken over 'een kalender', 'twee kalenders', enzovoorts.
Ich habe dieses Wörterbuch als die vollständigste niederländische Lernressource seiner Art gebaut. Definitionen und Beispiele werden generiert, daher kann es gelegentlich Fehler geben — vertraue deinem Instinkt.